Mevrouw Suikerspin
Een van de dingen waar ik me altijd in Frankrijk over verwonder is
het fenomeen bakker. Ieder dorp, hoe klein dan ook, heeft vaak een
bakker. En als het dorp te klein is dan komt er een bakker langs de
deur. Want waar een Fransman niet zonder kan, is een lekker vers
knapperig stokbrood bij de maaltijd.
Toen wij pas ons huisje op het Franse platteland hadden, werd ons
dorp bezocht door wel drie rijdende bakkerszaken. Ons dorp is te
klein voor een eigen bakkerij, maar wel groot genoeg om deze drie
bakkers blijkbaar van inkomsten te voorzien. Iedere
ochtend kondigden de bakkers al toeterend aan dat zij in aantocht
waren. De eerste bakker kwam om half negen ’s morgens. Dat vonden
wij te vroeg. Het was immers les vacances voor ons. Dus niks van de
toeter aantrekken en nog lekker even omdraaien in bed. Er kwam nog
een tweede rond tien uur en de derde rond half elf. Keuze genoeg. We
kozen die van half elf. Mooie tijd vonden wij maar ook omdat deze
bakker het lekkerste brood had.
Iedere dag kwam ze trouw. Die trouwheid was er niet van de ene op de
andere dag. Daar was wel het een en ander aan voorafgegaan. Want als
je denkt dat dat je tot de clientèle behoort, omdat je eenmaal iets
bij zo’n rijdende bakker gekocht hebt, dan heb je het goed mis.
Wanneer jij niet op tijd buiten de poort staat, rijdt de bakker
zomaar met een rotgang voorbij. En dan zit je weer zonder brood en
moet je weer dat vieze afbakbrood eten. We bedachten dat het slim
was door de bakker
te zeggen dat bij open luiken wij er waren. Dat moest iedere ochtend
om half elf toch wel lukken. Daarbij
betaalden we niet meer elke dag, maar pas na een week. Want
als ze geld van je krijgen, weten ze je meestal wel te vinden. Deze
tactiek bleek wonderwel te werken. Jaren hebben we van deze bakker het
knapperige stokbrood gekocht. Maar ook heerlijke tarte Ardennaise en
tarte au sucre. Dat was wel zo’n beetje het assortiment. Tot op een
zeer bewolkte dag dat de bakkersvrouw met enorme zonnebril aan de
poort verscheen. Ik kon niet goed zien of er wat met haar ogen was
en ik durfde het niet te vragen. Maar opvallend was wel dat de keer
daarop dat wij weer in ons huis waren er geen bakker meer om half
elf kwam.

De zoektocht begon opnieuw. We hadden nog de keus uit twee
bakkers. De keuze was snel gemaakt, De bakker van tien uur zou
onze bakker worden. Geleerd van de vorige bakker, pasten wij
dezelfde tactiek toe. Deze bakker had een echte winkel bij zich.
Iedere ochtend kwam de kleine vrachtwagen voorrijden en gooide
de klep omhoog. En daar was onze stralende bakkersvrouw
Delphine, bonjour! Ze had van alles bij zich ook kleine
kruidenierswaren. Best handig als je suiker of eieren was
vergeten. Maar ook snoepjes voor de kinderen. Dat hadden ze snel
door want als zij de toeter in de verte ontwaarden, riepen ze
vaak in koor: DE BAKKER.
In de hoop dat ze ook weer deze keer ze
wat snoep uit de vitrine mochten uitzoeken. Ook haar
drakenbrood was geliefd bij onze gasten en hun kinderen.
Op dag was de bakkersvrachtwagen ‘en panne’ en kwam onze
stralende bakkersvrouw Delphine met haar eigen auto. En gedaan
was het met het grote assortiment en snoep. Drakenbrood alleen
nog maar op bestelling. Tot op een dag. dat ook deze bakker niet
meer kwam. De boel was verkocht aan een andere bakker. Maar deze
hebben we maar een keer gezien. Nu
bleef er niets anders over om de laatste toeterende bakker in
ons dorp te nemen. Gelukkig
kwam deze nu ook om half elf. Maar deze bakker had niet onze
voorkeur. Het stokbrood van deze bakker is net te slap om
stokbrood te heten. Net te gewoon om Frans te zijn. Maar tja,
anders moeten we zestien kilometer rijden om het lekkerste
stokbrood van de streek te kopen. Dat wordt dan wel goud
stokbrood met de huidige benzineprijzen. Dus ook nu
maar een pragmatische keuze gemaakt.Ook
bij deze bakker weer dezelfde tactiek als eerder en ook nu
werkte dat weer.

Tot afgelopen kerstvakantie. In
bed hoorden we de bakker al toeterend aankomen, maar de luiken waren
dicht. Met een rotgang scheurde ze voorbij op weg naar onze buurman. Dat
vonden we niet erg, want we hadden lekker kerstbrood en heerlijke
saucijzenbroodjes uit Nederland meegenomen. Wij kwamen de dag wel
door, zelfs dagen. Ook
op die dag dat we geen brood meer hadden besloten we toch de bakker
voorbij te laten gaan. We zouden die dag naar de stad
gaan en het lekkerste brood van de streek gaan kopen bij
mevrouw Suikerspin. De man van mevrouw Suikerspin maakt
heerlijk en ambachtelijk brood de hele dag door, zoals het
hoort. Daarnaast is hij ook een meester patissier die de heerlijkste
gebakjes maakt. Elke keer weer is het moeilijk een keuze te maken.
Mevrouw Suikerspin staat achter de toonbank en is zelf als een
heerlijk gebakje. Zij is een grote vrouw met een zeer bleek gelaat.
Haar lippen heeft zij gestift met zijn roze lippenstift. Haar mond
vormt een mooi hartje en als ze met je praat is net of ze je steeds
een kusje geeft. Haar oogleden zijn met zwarte eyeliner aangezet met
daarboven blauw/paarse ogenschaduw en dunne getekende wenkbrauwen.
Het totale plaatje wordt afgerond door het blonde getoupeerde haar.
Dit ietwat jaren zestig aandoende kapsel siert haar hoofd als een
suikerspin. Daar
staat zij dan, het visitekaartje van deze meesterbakker.
Snel drie verschillende stokbroden gekocht, een baguette normal,
ancienne en een traditionelle, en dan naar huis en heerlijk genieten
met een stukje kaas en een glas wijn.
De
dagen daarop genieten we van deze heerlijke broden. Zelfs opgewarmd
in de oven zijn ze nog lekkerder dan de bakker die langs komt.
Dan is de vakantie alweer voorbij.
Tot de volgende keer huis.
Tot de volgende keer bakker.